Home > Het Activeringsconcept > Evaluaties > Evaluatie juni 2008

Evaluatie juni 2008

Enkele algemene observaties en aandachtspunten die tijdens een plenaire evaluatie na afronding van de eerste fase van het project, in juni 2008, ter tafel kwamen:
  • Alle vier de gemeenten zijn zeer tevreden over het bereikte resultaat
    Natuurlijk was het proces om van de eigen krachten van de klanten uit te gaan vernieuwend en daardoor lastig. Maar er is duidelijk gebleken dat deze aanpak betere resultaten oplevert dan andere trajecten. De resultaten op het gebied van participatie is positief, met het concept blijken meer mensen te worden bereikt en hoeft er niemand te worden uitgesloten.
  • De maandelijkse bijeenkomsten hebben zeer goed gewerkt
    De kracht van de projectgroepbijeenkomsten was vooral dat ze een snijvlak te zien gaven tussen concreet en beleid. Overleg op louter beleidsniveau zou veel beperktere uitkomsten en voortgang te zien hebben gegeven.
  • De inspiratie van gastsprekers
    Diverse bijeenkomsten tijdens de eerste helft van het project zijn bovendien opgeluisterd door gastsprekers die actief zijn bij vergelijkbare projecten elders in het land. Het aanhoren van deze verhalen, voorbeelden en ervaringen zijn als bijzonder stimulerend ervaren.
  • Dienstenaanbod krachtiger formuleren en ontwikkelen
    Hierbij dient aangetekend, dat het idee om vooraf al diensten te ontwikkelen die de groep kan gaan uitvoeren knelt met het principe dat de deelnemers het 'zelf moeten doen'. Als we daar echter te strikt aan vasthouden, als de ontwikkeling van het dienstenaanbod echt helemaal uit de groep zelf moet komen, bestaat het risico dat het traject erg veel tijd gaat vergen. Om dit te doorbreken moet ervoor gekozen kunnen worden om in sommige situaties de mensen iets aan te reiken. Dat zal een wankel evenwicht zijn, waarbij de groep in een bepaalde richting geduwd zou kunnen worden zonder dat er direct sprake hoeft te zijn van een strikt gedefinieerd element.
  • Doorstroom deelnemers
    Het feit dat het centrum daadwerkelijk ook door de deelnemers is opgezet levert een in wezen logisch probleem op. De mensen vinden het moeilijk om hun geesteskindje los te laten en willen liefst zo lang mogelijk blijven hangen bij hun werkzaamheden in het centrum. Terwijl toch ook de doorstroom een expliciet uitgangspunt van het centrum is. Een fraaie oplossing hiervoor kan zijn, om de mensen (overigens terecht) trots te maken op wat ze hebben neergezet, hen daarvoor ook de eer geven die hen toekomt. Dat zou bijvoorbeeld zijn te effectueren door ze officieel vrienden van te maken, of erelid.
  • Soms pragmatisch ingrijpen
    Om het tempo van de ontwikkelingen geheel aan de groep zelf over te laten, kan nodeloze vertragingen opleveren. Soms is ingrijpen gewenst en noodzakelijk. De groep heeft zo nu en dan 'piketpaaltjes' nodig. Dit kan ook geen kwaad, de deelnemers moeten ook leren dat de dingen niet altijd kunnen gaan zoals men wil.
  • Interne communicatie goed regelen
    De soms stroeve communicatie binnen de gemeentelijke organisatie is deels te herleiden tot het feit dat de groep zelf die communicatie verzorgt. De klanten hanteren andere omschrijvingen, andere termen, doorzien geen strategische belangen of houden daar in ieder geval geen rekening mee. Hierdoor kan binnen de organisatie een verkeerd beeld ontstaan, en daarmee scepsis groeien. Besteed daarom veel aandacht aan de interne communicatie rondom het project. Daartoe zijn er twee communicatielijnen nodig, waarvan er eentje dient om context en doel binnen de gemeentelijke organisatie duidelijk te maken. De invulling van die communicatie gebeurt niet door de klanten zelf.
  • Coördinator van buitenaf
    Het is al gememoreerd bij de methodiekbeschrijving, maar feitelijk is in alle gemeenten gebleken dat het een te optimistisch uitgangspunt was om de coördinator uit de groep zelf te willen halen. Er is uiteindelijk gekozen voor een professionele coördinator.
  • Vooraf goede afspraken over inzet klantmanagers
    Het blijkt het best te werken om (bijvoorbeeld twee) klantmanagers geheel vrij te maken voor de begeleiding van de deelnemers. Daarnaast moet er bij aanvang voor iedereen een duidelijk beeld te vormen zijn welke ontwikkelingen er voor de betrokkenen in het verschiet liggen. Dat geldt voor de deelnemende klanten, maar net zo goed voor de vrijgemaakte klantmanagers en voor het informeren van de rest van de organisatie. Ook voor die klantmanagers zal er een ontwikkeltraject moeten worden geformuleerd en moet er een training beschikbaar zijn.
  • Geduld
    Het is een traject waarbij geduld op zijn plaats is. Anderhalf jaar blijkt dan ook het absolute minimum om het hele proces, compleet met de ontwikkeling van de groep, te doorlopen.
  • Niet altijd strak volgens de regels
    Het project heeft ruimte nodig voor interpretatie van de regels. Er moet geluisterd worden naar de burger, en daar moet men vervolgens naar kunnen handelen. Eigenlijk faciliteert de gemeente slechts.
  • Conceptbewaking
    Aparte aandacht verdient de bewaking van het concept. Te sterke focus op uitstroom naar betaald werk kan de Wmo-elementen doen ondersneeuwen.
  • Integratie met bestaande infrastructuur
    Het is nog moeilijk, om de activiteiten te integreren in de infrastructuur van het reeds bestaande welzijnswerk van de gemeente en bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in de buurt.