Home > Artikelen Nieuwsbrief > Artikelen Nieuwsbrief 04-08 > Activeringsmedewerkers aan het woord

Activeringsmedewerkers aan het woord

Gemeenten en klantmanagers reageren enthousiast op het activeringscentrum. Maar hoe beleven de bijstandsgerechtigden het zelf? Twee activeringsmedewerkers uit activeringscentrum De Doenerij in Culemborg over hun ervaringen:

“Een schot in de roos. Ik kan mensen helpen om drempels te overwinnen. Tijdens de interviews die ik eerst in de buurt gehouden heb bleek wel dat veel bijstandsgerechtigden enorme obstakels moeten overwinnen. Terwijl het vaak creatieve, gevoelige mensen zijn die in een vicieuze cirkel zijn beland. Ik was verbijsterd over zo veel onbenut talent.”

“Ik heb in het verleden geloof ik twee taalcursussen gevolgd. Verder werd ik als alleenstaande bijstandsmoeder met rust gelaten. Nu ik als activeringsmedewerker aan de slag ben heb ik de kans om enorm veel te leren. Bovendien kan ik na dertien jaar uitkering eindelijk ook eens iets terugdoen voor de gemeente en mijn buurtgenoten. Dat voelt goed.”

“Veel langdurig werklozen vinden het een verademing om in een veilige en open sfeer hun verhaal te kunnen doen. Je komt dichter bij mensen, die vaak boos zijn op de gemeente, of gedesillusioneerd. Pushen naar werk heeft dan vaak een averechts effect. Een geleidelijke aanpak in een veilige omgeving werkt dan veel beter.”

“Een veilige omgeving, dat is precies wat het activeringscentrum biedt. Bovendien, wij hebben meer tijd en praten op basis van gelijkwaardigheid. We kunnen mensen ook helpen bij bepaalde procedures, zoals in geval van de kinderopvang. Dat is vaak zo ingewikkeld.”

“We hopen in de toekomst ook door te kunnen groeien naar projecten zoals een biologische tuin, een meubelwerkplaats, of zelfs een multicultureel restaurant.”

“Wij streven naar een warm huis, waar klanten in een veilige sfeer hun verhaal kwijt kunnen. En bieden tegelijkertijd een opstapje om verder te komen. Ook aan onszelf, want als activeringsmedewerkers hebben wij een tijdelijk contract. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat we uiteindelijk op eigen kracht verder kunnen.”