Almelo

De gemeente Almelo overweegt om een Maatschappelijk Activeringscentrum op te zetten voor de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij worden 2 elementen gecombineerd: (opstap voor) de reïntegratie van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (Wet Werk en Bijstand) en het bieden van een intensiever, mogelijk goedkoper en prettiger dienstenpakket rond zorg en welzijn in wijk en buurt (Wet Maatschappelijke Ondersteuning).

In een ambtelijke sessie is het concept nader verkend. De wethouder wil verder met de ontwikkeling van een dergelijk Maatschappelijk Activeringscentrum. De eerste stap kan een haalbaarheidsonderzoek zijn in een nader te bepalen wijk/buurt. Daarbij moet tevens aan de orde komen: wat kan er in een wijk en wat is er nodig aan centrale ondersteuning.

De volgende vraag ligt voor:
Is er in Almelo zelf voldoende draagvlak bij de maatschappelijke en sociale instellingen om in een nog nader te bepalen wijk/buurt te verkennen hoe een en ander uitgewerkt zou kunnen worden, en wat voor rol zien deze partijen daarbij voor henzelf?
Dit zou dan in het haalbaarheidsonderzoek verder verkend en uitgewerkt kunnen worden.

Trends
Almelo wordt net als andere gemeenten geconfronteerd met enerzijds een dubbele vergrijzing en anderzijds een teruglopend arbeidsmarktaanbod door minder jongeren. Een andere ontwikkeling betreft de omslag naar een dienstensamenleving waar burgers hoge eisen stellen aan de kwaliteit van dienstverlening in de wijk en buurt, ook rond thema’s als zorg aan de ouderen. Daar komt bij dat de leefbaarheid in sommige wijken onder druk staat, zoals bijvoorbeeld wordt aangegeven in het recente WRR-rapport over de noodzaak tot sociale herovering wijken.

Naast deze demografische en sociale trends is er een belangrijke bestuurlijke trend, namelijk dat de gemeenten steeds meer bevoegdheden en mogelijkheden krijgen om de diensten in de wijk en buurt te regisseren. De keerzijde van deze ontwikkeling is dat ook steeds meer naar de gemeenten wordt gekeken door de burgers als het gaat om de kwaliteit en leefbaarheid in de buurt. De komst van de WMO maakt die ontwikkeling nog urgenter. De gemeente wordt verantwoordelijk voor het brede palet aan diensten rond zorg en welzijn om ouderen te ondersteunen bij het zoveel mogelijk zelfstandig te laten wonen.

Er is nog een bestuurlijke trend. Met de komst van de WWB is de gemeente verantwoordelijk voor de kosten van de bijstandsuitkering en heeft er belang bij om de uitstroom te organiseren. Dat heeft eerst geleid tot een periode waarin met de inzet van reïntegratie instrumenten de kansrijke uitkeringscliënten zijn uitgestroomd. Nu is een volgende fase aangebroken. We gaan kijken hoe mensen die ver van betaalde arbeid afstaan op maatschappelijk zinvolle activiteiten in te zetten zijn .

Daar zijn ook nieuwe kansen voor. Want waar eerst de ID en WIW-werkervaringsplaatsen zijn afgebouwd, zijn er nu sterke signalen dat er voor de onderkant van het uitkeringsbestand nieuwe kansen liggen. Om enkele zaken te noemen. De work first benadering is opgerekt. Dat betekent dat werklozen tot 2 jaar toe met behoud van uitkering aan de slag kunnen. En de Raad voor Werk en Inkomen heeft een advies uitgebracht over de markt van persoonlijke dienstverlening waar bijvoorbeeld een werkloze tot 500 euro per maand bij zou mogen verdienen met persoonlijke dienstverlening. Staatssecretaris Wijn heeft dit idee opgepikt en heeft recent kenbaar gemaakt met een voorstel te komen om tot 6.000 euro verdiensten via de werknemer te belasten. Dat betekent dat een persoon die tot minder dan 6.000 euro inkoopt aan bijvoorbeeld huishoudelijke verzorging, of andere diensten, niet verplicht is tot het formele werkgeverschap (premie afdragen ed). Dat maakt het inhuren van mensen voor persoonlijke dienstverlening een stuk aantrekkelijker. Wel vraagt dit meer aan de handhavingskant bij de uitvoerder van de diensten, voor de belastingdienst en zeker voor een sociale dienst indien een uitkering speelt. Voor dit element zal ook aandacht zijn bij de opzet van een activeringscentrum.

De gemeente Almelo stelt zich ten doel om die trends te vertalen voor haar burgers in een goed pakket van diensten in wijk en buurt, met daarbij het combineren van de kansen op activering van het uitkeringsbestand.

Het concept van het maatschappelijk activerings centrum (MAC)
Met het idee voor een maatschappelijk activeringscentrum (MAC) in een wijk combineert de gemeente beide elementen. Almelo kan dan meer doen aan integrale aanpak van kwetsbare burgers. Daarnaast kan de gemeente een pakket aan diensten in wijk en buurt aanbieden waar naast traditionele activiteiten rond schoon, heel en veilig, ook gekeken wordt naar meer intensieve, mogelijk goedkopere, vormen van prettig: zorg en welzijn. Vandaar dat de gemeente Almelo in het collegeprogramma de ambitie heeft uitgesproken om tot een dergelijk activeringscentrum te komen (p. 7).

Doel en doelgroep van het MAC
Het MAC beoogt twee doelen te combineren.
Ten eerste het versterken van leefbaarheid en sociale contacten door het organiseren van zinvolle activiteiten in wijk en buurt.
Ten tweede door activering van werklozen met grote afstand tot de arbeidsmarkt (maar ook andere groepen zoals WAO-ers, niet-uitkeringsgerechtigden die niet werken of voortijdige schoolverlaters) en hen mee te laten doen aan de samenleving.

Het doel is langdurig werklozen de participatieladder te laten doorlopen, met aandacht voor willen en kunnen. Het aantal werklozen met grote afstand tot de arbeidsmarkt is de potentiële doelgroep, deze bestaat uit circa 1200 personen. Als we andere doelgroepen daarbij tellen zal een MAC zich in potentie op 2500 personen kunnen richten.

Wat gebeurt er in een MAC?
Het gaat om de combinatie van vraag en aanbod van persoonlijke dienstverlening in buurt/wijk. Het betreft vooral de vraag naar (buurt) diensten rond zorg en welzijn, maar ook andere vragen rond schoon, heel en veilig kunnen worden bediend vanuit het centrum, als daar in de buurt behoefte aan is.. Met de nodige ondersteuning en begeleiding kan een deel van deze diensten dan geleverd worden door de beoogde doelgroep.

Hierbij gaat het nadrukkelijk om activiteiten die mensen ontwikkelen. Bijvoorbeeld door meer sociale contacten te krijgen of door middel van werk/leerstages hun vaardigheden te versterken.

Anderzijds gaat het om het aanbieden van diensten waar burgers in de wijk veel aan kunnen hebben. In een latere fase moet nog worden verkend worden in welke wijk een MAC zou worden opgezet. Bovendien moet worden gekeken hoe de ontwikkelen diensten zich verhouden tot aanbod dat al aanwezig is.

In een eerste oriëntatie werden als mogelijke diensten genoemd:

  • Huishoudelijke hulp
  • Buurtkrant rondbrengen in eigen straat
  • Wijk/buurtdiensten
  • Verkeersveiligheid/klaar-over
  • Kinderopvang
  • Inloopcentrum/brede school/wijksteunpunten
  • Boodschappendienst
  • Buurtconciërge
  • Beheer speelvoorzieningen
  • Hulp bij sportverenigingen/scholen
  • Obstakels op straat wegnemen/toegankelijk maken
  • Buurtpreventie
  • Wijkverfraaiing
  • Klussendienst

Een onderzoek naar de behoefte aan verschillende diensten in een wijk/buurt is bij voorkeur op een interactieve manier uit te voeren. De mensen, die in de wijk actief gaan worden spelen daar een belangrijke rol in. Dit is een methode die eerder in Almelo bij het project Buurt aan Zet gebruikt is.

Uitgangspunten: diensten in wijk en activering
Om in een wijk een dergelijk concept neer te zetten is het nodig om goed te kijken met welke uitgangspunten en onder welke randvoorwaarden een dergelijk initiatief ontwikkeld kan worden.

Daarbij spelen de volgende punten:
De kunst is om flexibel en op maat in te spelen op kansen en mogelijkheden die zich in de wijk aanbieden. De gemeente zou een MAC een open en eerlijke kans moeten geven met het vertrouwen om zich te ontwikkelen. Daarbij moet het centrum openstaan voor verschillende groepen: jong, oud, multicultureel. Dat kan heel goed in een bestaande buurtvoorziening plaatsvinden. Het gaat om handjes in, voor en door de wijk. Het zou zichtbaar en herkenbaar in de wijk moeten zijn. Bewoners zouden met een vraag om ondersteuning er naar toe moeten kunnen. Daar hoort bij dat het MAC ook ruimte moet hebben om een aanbod op maat in de buurt te ontwikkelen.

De mensen die ingezet worden in een MAC, verdienen ondersteuning. Daar bij gaat het om zaken als een goede oriëntatie op hun kansen en mogelijkheden (dus voorlichting en assessment). Omdat het de meest kwetsbare uitkeringsgerechtigden betreft moet er ook een (organisatie van) aanbod zijn voor integrale ondersteuning (schuldhulpverlening, taaltrajecten ed.). In het MAC zouden meerdere vormen van ondersteuning aangeboden dienen te worden, variërend van laagdrempelige activiteiten tot vormen van dienstverlening aan burgers die betaald worden (met bijvoorbeeld een eigen bijdrage) tot aan het volgen van werk/leertrajecten bij een lokale ondernemer in de buurt. Op deze wijze is de mensontwikkelingskant van het MAC geborgd. Overigens hoeven deze activiteiten niet direct zelf door het MAC aangeboden dienen te worden. Het kan ook via samenwerking worden georganiseerd.

De randvoorwaarden die zijn benoemd bij een dergelijk activeringscentrum zijn dat er een duidelijke toegevoegde waarde moet zijn als het gaat om de bestaande re-integratie-instrumenten en wijkdiensten. Daarnaast moet er een duidelijke verbinding zijn tussen de toeleveranciers van de deelnemers (sociale zaken), de bestaande initiatieven en activiteiten en de visie op de ontwikkeling van de wijk en buurt (samenleving). Bij dit laatste speelt nadrukkelijk de wijkaanpak, de visie op de inzet van vrijwilligers en mantelzorg en de gedachten over het komen van wijkservicepunten.

Uit een voorlopige analyse blijkt dat er nu weinig aanbod is voor de doelgroep met grotere afstand tot de arbeidsmarkt en dat in dat opzicht een MAC een toegevoegde waarde heeft. Er zijn ook indicaties dat er veel meer aan activiteiten in wijk en buurt kan, dan thans plaatsvindt. Maar dit zou nog nader verkend dienen te worden.

Organisatie
Bij de uitvoering van een MACgeldt als vertrekpunt dat een MAC maatwerk is per wijk. Het meest belangrijk is dat er sociaal ondernemerschap is, die het ontwikkelen van zo een activeringscentrum wil en kan oppakken. De beoogde uitvoerder kan verschillen. Het moet iemand/instelling zijn die Almelo en de wijk kent. Die in staat is de diensten, waar bij bewoners vraag naar is, te organiseren met een aanbod voor de doelgroep met grote afstand tot de arbeidsmarkt en die voldoende re-integratiedeskundigheid heeft om de kansen en mogelijkheden voor uitstroom te zien.

Rol van gemeente
De rol van de gemeente daarbij is nadrukkelijk faciliterend en stimulerend. Ook zal de gemeente een rol moeten spelen in de afstemming tussen de nog te ontwikkelen MAC’s in verschillende wijken en buurten. De gemeente gaat echter niet zelf mensen activeren of klussendiensten aanbieden. Wel zal de gemeente nadrukkelijk de aansturing van de ontwikkeling van zo een centrum verzorgen. Dat kan door het opzetten van een plan van aanpak en het maken van een bestek waarin onder meer prestaties zijn geformuleerd, methodiek als het gaat om de ondersteuning en emancipatie van de doelgroep en de uitgangspunten helder vastliggen. Zo een bestek zou in nauwe afstemming tussen de gemeentelijke afdelingen sociale zaken en samenleving gemaakt moeten worden, zodat het realiseren van beide doelstellingen (activering en diensten in wijk en buurt) helder overeind blijven en gemonitord zouden kunnen worden. In dat verband zou er bij de gemeente een centrale functie moeten zijn waar de informatie samenkomt en geanalyseerd wordt. Evenzeer is het van belang dat in het gemeenteloket en het vrijwilligersloket een duidelijke koppeling en verwijzingsfunctie komt met de verschillende activeringscentra.

Samenwerking met derden
Een MAC zou intensief samen kunnen werken met meerdere partijen. Daarbij kan gedacht worden aan welzijns- en zorgaanbieders, aan vrijwilligersorganisaties en aan bedrijven die vergelijkbare diensten aanbieden (stages). Ook zal er samengewerkt kunnen worden met bijvoorbeeld re-integratiebedrijven.

Verdere ontwikkeling van het MAC
De gedachte is om een geleidelijke start te maken met het concept. Bijvoorbeeld eerst in een of twee wijken uitproberen. Het activeringscentrum niet al te groot maken. Waarbij via een haalbaarheidstudie wel een voldoende omvang bepaald moet worden om bedrijfsmatig en herkenbaar te opereren.

De voortgang zou dan als volgt verlopen. Het eerste concept is besproken met de betrokken wethouder voor een eerste fiat om door te kunnen gaan. Vervolgens wordt in een bredere bijeenkomst het concept met uitvoeringsorganisaties besproken. Dan zou een haalbaarheidstudie plaats kunnen vinden om het concept ook bedrijfsmatig door te lopen en om in samenspraak met de wijk en bewoners de diensten in kaart te brengen. De uitkomst van de haalbaarheidstudie wordt dan voorgelegd aan het college en raad en bij een positief besluit zal een kwartiermaker worden aangesteld om het MAC op te zetten.